‘Juf, ik kom niet uit het meervoud van gebrek.’
We zijn bezig met een les over meervoudsvormen die net even anders zijn dan de meeste meervoudsvormen. Soms zitten er woorden bij waar ik zelf ook even over na moet denken. Van die woorden die je in het dagelijks leven niet vaak gebruikt of hoort.
‘Is het meervoud van gebrek misschien gebrekkerig?’ De jongen die dit vraagt kijkt me doodserieus aan en ik schiet in de lach. ‘Gebrekkerig, dat klinkt een beetje als een geit met gebreken.’ Hij schiet nu ook in de lach. ‘Dan is het meervoud van ballet waarschijnlijk ook niet balletters.’
Samen gaan we op onderzoek uit en komen uiteindelijk tot het goede antwoord. We komen ook tot de conclusie dat we een nieuw woordenboek kunnen starten met al deze mooie, nieuw bedachte woorden.
Zo ook iets later in de week. De kinderen zijn met een creatieve opdracht bezig voor het thema. Een aantal leerlingen is al klaar, dus ik zeg dat zij wel even iemand mogen gaan helpen.
Mijn grootste roeptoeter van de klas, Boris, bedenkt zich niet en roept: ‘Wie heeft hulp nodig? Dan ben ik jouw helposaurus!’ Hilariteit alom! Het wordt een begrip en meer kinderen gebruiken inmiddels het woord.
Diezelfde jongen heeft op een bepaald moment een heel nieuw land ontworpen. Hij legt me er van alles over uit: ‘Dit hier zijn de wegen, dit is het park en daar staat het kasteel voor de koning. Dat ben ik natuurlijk.’ Stralend kijkt hij me aan. Het ziet er echt geweldig uit!
Nieuwsgierig stel ik een aantal vragen over zijn tekening. ‘Zijn dit de buurlanden van het koninkrijk?’ Boris staat hevig te knikken: ‘Ja, dit is Bengelland, daar ligt Helgië, dit is Stankrijk en daar verderop ligt Miauwstralië.’
Tja, een nieuw woordenboek is misschien nog niet eens zo’n gek idee. En een nieuwe Bosatlas ook niet.
Manda Ophuis – leerkracht voltijds HB-onderwijs OBS Joseph Haydn te Groningen (deze column staat in gifted@248 winter 2025/2026
Afbeelding kinderen in de klas is afkomstig van AI
